Beoordeling en advisering 2019

De onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet beoordeelt of een gemeente aan alle voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een vangnetuitkering. Deze commissie brengt over een ingediend verzoek advies uit aan de minister (thans feitelijk de staatssecretaris) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het vangnet 2019

Het vangnet 2019 is een eenvoudig toegankelijke voorziening, waarmee de financiële risico’s voor gemeenten worden beperkt bij de uitvoering van de Participatiewet. Ondanks het eenvoudige karakter van de voorziening gaat de wetgever wel uit van een alerte houding van het gemeentebestuur.

Deze alerte houding betreft het tijdig nemen van maatregelen om het tekort te reduceren. De beperkte voorwaarden die in de regelgeving zijn opgenomen om voor een vangnetuitkering in aanmerking te komen, zijn mede op bedoelde alerte houding gebaseerd.

Het beoordelingskader volgt het modelaanvraagformulier en bestaat uit twee delen:

  1. Verklaring college
  2. Instemming gemeenteraad

Het eerste deel betreft de verklaring van het college. De verklaring van het college omvat een toelichting zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier dat door de minister van SZW beschikbaar is vastgesteld. Het tweede deel betreft de instemming van de gemeenteraad met de verklaring van het college.

Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording.

Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor haar instemming met de verklaring van het college. Dit kan niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.

Beoordeling door Toetsingscommissie vangnet Participatiewet

In de wet- en regelgeving liggen de zaken vast, zoals de termijn voor indiening van een verzoek, de voorwaarden voor het recht op een vangnetuitkering en de hoogte van die uitkering. De toetsingscommissie zal volstaan met een procedurele toets, die zal worden uitgevoerd aan de hand van het beoordelingskader, zie tabel onderaan deze pagina.

De toetsingscommissie zal hierbij beoordelen of een verzoek tijdig en volledig is ingediend door het college van de tekortgemeente. Voor de volledigheid van een verzoek is van belang dat het college een volledig ingevuld modelaanvraagformulier indient. De commissie beoordeelt of het college een toelichting heeft gegeven op de verklaring zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier. In dit beoordelingskader is gespecificeerd hoe de commissie tot dit oordeel komt. De commissie zal zich geen oordeel vormen over de inhoudelijke kwaliteit van de toelichting op de verklaring. Een dergelijke beoordeling blijft voorbehouden aan het lokale bestuur.

Ten slotte beoordeelt de toetsingscommissie of feitelijk sprake is van een tekort dat voor compensatie in aanmerking komt. Dit staat toegelicht in de tabel onderaan deze pagina.
Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, volgt, voor het positieve advies, de vaststelling van de hoogte van de uitkering op basis van de hiervoor aangegeven gronden.
In het negatieve advies wordt aangegeven aan welke voorwaarden het verzoek van de gemeente niet voldoet.

Toelichting beoordelingskader

In het beoordelingskader (zie de onderstaande tabel) wordt per vereiste aangegeven hoe de commissie op basis van deze vereisten komt tot haar beoordeling en haar advies aan de staatssecretaris. Het niet voldoen aan één van deze eisen, leidt tot een negatief advies van de commissie. Daarna wordt aangegeven op welke voorwaarden de Minister de vangnetuitkering beoordeelt.

Beoordeling Vangnetuitkering over 2019

De commissie beoordeelt aan de hand van de in de wetgeving vastgelegde vereisten of het verzoek al dan niet voldoet aan deze vereisten. Onder bijzonderheden wordt toegelicht wat van belang is bij de beoordeling door de commissie.

Onderstaande tabellen zijn bijgesteld op 12-03-2019.
 

A. Beoordeling

Stap 1: Indiening en ontvangst aanvraagformulier

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
A1.a
Is gebruik gemaakt van het modelaanvraagformulier?
(art. 10, eerste lid, onderdeel a, BPw)
  • Dit betreft het door de minister elektronisch vastgestelde modelaanvraagformulier, zoals beschikbaar is gesteld op de website van de TC. De commissie controleert of de juiste versie van het formulier wordt gebruikt (zie aanvraagprocedure). Let hierbij vooral op bij herinrichting en fusie (zie ook aanvraagprocedure en veelgestelde vragen)
  • Dat betekent dat door het college op de hoofdvragen (die vet gedrukt staan in het aanvraagformulier) een antwoord is gegeven. In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt het college alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
A1.b
Is het verzoek ingediend door het college?
(art. 10, eerste lid, onderdeel a, BPw)
  • Een door een WGR-verband ingediend verzoek is niet rechtsgeldig, waarbij de TC geen bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken.
  • De commissie beoordeeld of de aanvraag door het juiste gezag wordt aangevraagd. Let hierbij vooral op bij herinrichting en fusie (zie ook aanvraagprocedure en veelgestelde vragen).
  • In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt de gemeente alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
A1.c
Is het verzoek door de TC ontvangen in de periode 1 januari 2020 t/m 15 augustus 2020?
(art. 15, eerste en tweede lid, RPw)
  • Het verzoek is door de TC ontvangen indien het verzoek middels het webformulier van de website van de TC is ingediend.
  • Er is sprake van een fatale termijn, waarbij de TC geen bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken.
  • Na indiening via de website ontvangt de gemeente een automatische ontvangstbevestiging met de door de gemeente ingediende informatie.
  • In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt de gemeente alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
  • In geval van ICT-problemen wordt de gemeente verzocht dit tijdig te signaleren bij het secretariaat van de commissie. ICT-problemen vallen niet onder overmacht.

Stap 2: Financiële voorwaarden verzoek

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

A2.a
Bedragen de netto lasten 2019 meer dan 107,5% van het Pw-budget?
(art. 10, eerste lid, onderdeel c, BPw)
 

Conform artikel 10, eerste lid, onderdeel c, BPw, moet de TC de door de accountant gerapporteerde fouten en onzekerheden, conform artikel 1, onderdeel l, BPw, in mindering brengen op de netto lasten zoals die blijken uit de SiSa-verantwoording.
A2.b
Bedragen de netto lasten 2017 t/m 2019 minus verstrekte Pw-budget 2017 t/m 2019 meer dan 107,5% van het verstrekte Pw-budget 2019?
(art. 10, eerste lid, onderdeel c, BPw)
Conform artikel 10, eerste lid, onderdeel c, BPw, moet de TC de door de accountant gerapporteerde  fouten en onzekerheden, conform artikel 1, onderdeel l, BPw, in mindering brengen op de netto lasten zoals die blijken uit de SiSa-verantwoording.

Stap 3: Onderdelen aanvraagformulier

Deel 1 van Aanvraagformulier. Verklaring college bij een basisverzoek
VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

A3.a
Is er een verklaring van het college dat er maatregelen zijn getroffen om te komen tot tekortreductie?
(art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw)

  • De verklaring van het college omvat een toelichting zoals aangegeven in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C).
  • Bij D volgt ondertekening. Alle onderdelen moeten worden ingevuld (art. 10, eerste lid, onderdeel e, BPw) (zie aanvraagformulier basisverzoek).

Algemeen

  • Indien de TC niet kan vaststellen dat de toelichting op de verklaring voldoet aan de gestelde vereisten, stelt de TC de gemeente binnen een vast te stellen periode in de gelegenheid haar verzoek aan te vullen met een toelichting op het voor de TC ontbrekende vereiste.
  • De commissie voert geen inhoudelijke toets uit. Deze is voorbehouden aan het lokaal bestuur. Dat wil zeggen dat de commissie geen oordeel velt over de inhoudelijke kwaliteit of de uitgebreidheid van de analyse, de maatregelen of de reductie van het tekort.
  • De verklaring van het college dient een toelichting te omvatten, zoals aangegeven is in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C van het basisverzoek).
  • De commissie toetst op de volledigheid en juistheid van het antwoord van de gemeente en stelt vast aan de hand van de in het modelaanvraagformulier (basis verzoek) gestelde vragen of met de toelichting op de onderdelen (A, B, C) antwoord wordt gegeven op de gestelde vraag. De vraagstelling start met een hoofdvraag die in alle gevallen beantwoord moet worden. Aan het eind van het aanvraagformulier  staan suggesties, die facultatief van aard zijn. In de toelichting staat informatie die bedoeld is ter verduidelijking van de hoofdvraag. De commissie beoordeelt het beantwoorden van de hoofdvraag. Het ontbreken van een antwoord op de hoofdvraag leidt tot een negatief advies.
A. Analyse van omvang en oorzaken van het tekort
Geef in het modelaanvraagformulier een analyse op van de oorzaken van het tekort.
 
De commissie gaat na of in de analyse de nadruk wordt gelegd op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed.

B. Uitgevoerde maatregelen om het tekort te reduceren
Omschrijf in het modelaanvraagformulier welke maatregelen zijn uitgevoerd om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort.

  • Onder maatregelen worden maatregelen verstaan die binnen de eigen invloedsfeer van de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent dat maatregelen gerelateerd aan het verdeelmodel, het macrotekort et cetera. niet als een dergelijke maatregel door de commissie worden aangemerkt.
  • De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk voor de datum van inlevering van het verzoek (het verzoek zelf dient uiterlijk uiterlijk 15 augustus 2020 door de commissie te worden ontvangen).
  • Er wordt gesproken van een bijdrage leveren aan de reductie van het tekort, omdat meerdere factoren van invloed kunnen zijn op de hoogte van het tekort.
C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen
Omschrijf in het modelaanvraagformulier het beoogde effect van de genoemde maatregelen, zodat inzichtelijk wordt gemaakt dat deze maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort.
 
De commissie stelt vast of het college inzichtelijk heeft gemaakt, in de door het college gegeven toelichting, dat de maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort.
Dit betekent ondermeer het volgende:
  • Het college kan een inschatting van het beoogde effect geven, waarbij zoveel mogelijk kwantitatief en als dat niet mogelijk is kwalitatief inzichtelijk wordt gemaakt dat er een reductie van het tekort optreedt.
  • De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. De toetsingscommissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag (vetgedrukt) van het modelaanvraagformulier.
  • Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.
D. Ondertekening
Verklaart het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam van de gemeente] dat het voor 15 augustus 2020 maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie? (art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw)
 
  • Bij D volgt ondertekening. Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen.
  • De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris.
  • De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op basis van een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Deel 1 Aanvraagformulier: Verklaring college bij een uitgebreid verzoek

A3.b

Verklaart het college dat het zowel interne als externe maatregelen heeft genomen om te komen tot verdere tekortreductie, als in één van de afgelopen twee jaren al een vangnetuitkering is ontvangen?
(art. 10, tweede lid, BPw)

  • Omvat de verklaring van het college een toelichting zoals aangegeven in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C)?
  • Bij D volgt ondertekening.
  • Alle onderdelen moeten worden ingevuld. (art. 10, eerste lid, onderdeel e, BPw) (zie aanvraagformulier uitgebreid verzoek)

Algemeen

  • Indien de TC niet kan vaststellen dat de toelichting op de verklaring voldoet aan de daaraan gestelde vereisten, stelt de TC de gemeente binnen een vast te stellen periode in de gelegenheid haar verzoek aan te vullen met een toelichting op het voor de TC ontbrekende vereiste.
  • De commissie voert geen inhoudelijke toets uit. Deze is voorbehouden aan het lokaal bestuur. Dat wil zeggen dat de commissie geen oordeel velt over de kwaliteit van de analyse, de maatregelen of de reductie van het tekort.
  • De verklaring van het college dient een toelichting te omvatten, zoals aangegeven is in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C van het uitgebreide verzoek).
  • De commissie toetst op de volledigheid en juistheid van het antwoord van de gemeente en stelt vast aan de hand van de in het modelaanvraagformulier (van het uitgebreide verzoek) gestelde vragen of met de toelichting op de onderdelen (A, B, C) antwoord wordt gegeven op de gestelde vraag. De vraagstelling start met een hoofdvraag die in alle gevallen beantwoord moet worden. Daaronder staan suggesties, die facultatief van aard zijn. In de toelichting staat informatie die bedoeld is ter verduidelijking van de hoofdvraag. De commissie beoordeelt of het college antwoord heeft gegeven op de hoofdvraag. Het ontbreken van een antwoord op de hoofdvraag leidt tot een negatief advies.
A. Analyse van omvang en oorzaken van het tekort
Geef in het modelaanvraagformulier een analyse van de oorzaken van het tekort.
 
  • De commissie gaat na of in de analyse de nadruk wordt gelegd op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed.
B. Uitgevoerde maatregelen om het tekort te reduceren
Het college beschrijft in het modelaanvraagformulier welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn uitgevoerd om een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort.
Het college geeft een toelichting over de wijze waarop door consultatie tot de externe maatregelen is gekomen.

Al eerder in het beoordelingskader (zie A3.a) is het volgende vereiste beschreven:

  • Indien een gemeente over 2017 en/of 2018 al een vangnetuitkering heeft ontvangen, dan dient het college te verklaren zowel interne als externe maatregelen te hebben getroffen om te komen tot verdere tekortreductie.
  • Het college geeft een toelichting over de wijze waarop door consultatie tot de externe maatregelen is gekomen.
  • Het is aan het lokale bestuur om te bepalen of verdere tekortreductie gerealiseerd wordt via de reeds getroffen maatregelen dan wel dat het nodig is om aanvullende maatregelen te treffen, mits deze maatregelen tot een verdere tekortreductie leiden.
  • De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk voor de datum van inlevering van het verzoek (het verzoek zelf dient uiterlijk 15 augustus 2020 door de commissie te worden ontvangen).
  • Er wordt gesproken van een bijdrage leveren aan de reductie van het tekort, omdat meerdere factoren van invloed kunnen zijn op de hoogte van het tekort.
  • De beoordeling hiervan verloopt overeenkomstig met die van A3.a, met het verschil dat nu niet alleen interne maar ook externe maatregelen dienen te worden genomen en dat sprake is van een verdere reductie van het tekort.
  • Onder externe maatregelen verstaat de commissie maatregelen die tot stand zijn gekomen op basis van onder meer:
    • consultatie van gemeenten
    • gebruik maken van goede voorbeelden van andere gemeenten;
    • gebruik maken van kennis van een kennisgroep of leercirkel;
    • gebruik maken van de signalen op basis van benchmarking, benchlearning en de vergelijking met andere gemeenten;
    • advies van een adviesbureau.
  • Of op andere wijze tot stand zijn gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente).
  • Consultatie van een ISD of RSD is geen externe consultatie. Externe consultatie betekent consultatie met een organisatie buiten de grenzen van de gemeente. In geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) is er sprake van een gemeenschappelijk beleid en uitvoering voor alle aangesloten gemeenten. Dat betekent dat consultatie van gemeenten die onderdeel uitmaken vaan een gemeenschappelijke regeling niet als extern wordt gezien.
  • Dit ligt ingewikkelder voor een SW-bedrijf omdat hier ook sprake kan zijn van privatisering, waardoor verantwoordelijkheden en bevoegdheden anders kunnen worden belegd. Om die reden wordt consultatie van het SW-bedrijf wel gezien als externe consultatie.
  • Het samenwerken met een externe partij voldoet als ‘externe maatregel’ indien binnen deze samenwerking consultatie heeft plaatsgevonden. Beschrijf duidelijk op welke wijze de consultatie in deze samenwerking heeft geleid tot de getroffen maatregel.
  • Het uitvoeren van een maatregel door een externe partij voldoet pas als ‘externe maatregel’ indien deze maatregel is getroffen naar aanleiding van consultatie van een externe partij (dat kan de uitvoerende partij zijn). Indien maatregelen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente) tot stand komen, worden ze als extern aangemerkt.
  • De commissie toetst hierbij op de aanwezigheid van een heldere en transparantie beschrijving van de externe maatregelen en de wijze waarop tot deze maatregelen is gekomen, zodat kan worden vastgesteld op basis van de door de gemeente gegeven informatie dat deze maatregelen daadwerkelijk extern van aard zijn.
C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen
Omschrijf in het modelaanvraagformulier het beoogde effect van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan het verder reduceren van het tekort.

De commissie stelt vast of het college inzichtelijk heeft gemaakt, in de door het college gegeven toelichting, dat de interne en externe maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort.
Dit betekent onder meer het volgende:

  • Er wordt een beeld geschetst van het effect van de maatregelen. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect.
  • Er zijn meerdere factoren van invloed op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van het leveren van een bijdrage aan het reduceren van het tekort.
  • Van het college wordt verwacht dat het inzichtelijk maakt dat er met het nemen van de interne en externe maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan het verder reduceren van dit tekort.
  • Het tekort verder reduceren betekent dat het college inzichtelijk maakt dat zij maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort dan in voorgaande jaren. De commissie beoordeelt of dit inzicht wordt gegeven.
  • Het is voldoende een inschatting te geven van het gezamenlijke beoogde effect of het beoogde effect per maatregel, waarbij bij voorkeur kwantitatief en als dat niet mogelijk is  kwalitatief aannemelijk wordt gemaakt dat er een reductie van het tekort zal optreden.
  • Er hoeft geen onderscheid te worden gemaakt tussen beoogd effect van interne maatregelen en beoogd effect van externe maatregelen.
  • De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk voor de datum van inlevering van het verzoek (het verzoek zelf dient uiterlijk 15 augustus 2020 door de commissie te worden ontvangen).
  • De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen.
D. Ondertekening
Verklaart het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam van de gemeente] dat het voor 15 augustus 2020 (aanvullende) interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie? (art. 10, tweede lid, BPw)
 
  • Bij D volgt ondertekening. Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen.
  • De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op basis van een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
  • De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris.

Deel 2 Aanvraagformulier: Instemming gemeenteraad.

Instemming gemeenteraad
Heeft de gemeenteraad ingestemd met de verklaring van het college van B&W?
(art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw) (zie aanvraagformulier gedeelte 2)

 
  • De commissie stelt vast of hieraan wordt voldaan door na te gaan of de voorzitter van de gemeenteraad heeft getekend voor de instemming van de gemeenteraad met de verklaring van het college (gedeelte 2 van het aanvraagformulier).
  • De griffier functioneert hierbij als medeondertekenaar.
  • Met de instemming van de gemeenteraad met de verklaring bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort (verder) te reduceren.
  • De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken.

B. Berekening vangnetuitkering

Stap 4: Bepaling netto lasten

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
B1.a
Wat de netto PW-lasten zijn geweest over 2019?
(art. 1, onderdeel l, BPw)
Informatie wordt verkregen uit SiSa.
B1.b
Correctie toegepast bij de vaststelling van de uitkering op grond van artikel 7?
(art. 10, vierde lid, BPw)
Informatie wordt ontvangen van het ministerie van SZW. In dit geval geldt een afwijkende bepaling van de hoogte van het budget.
B1.c
Informatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel l die na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend wordt ontvangen door BZK, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen.
(art. 10, vijfde lid, BPw)
 
Informatie wordt ontvangen via het ministerie van SZW van het ministerie van BZK.

Stap 5: Berekening vangnetuitkering

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
B2
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-komma-vijf maar niet meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen;
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 112,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen.
(art. 10, derde lid, BPw)
 
Bij de berekening van a en b wordt door de commissie gebruik gemaakt van de informatie over de netto lasten uit stap B1.

C. Advisering:

Stap 6: Totstandkoming van adviezen
C1

TC adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober 2020 over de te nemen beslissing.
(art. 15, derde lid, RPw)

In het kader van hoor en wederhoor wordt in geval van een voorgenomen negatief advies, het negatieve advies aan het college voorgelegd.
Het college geeft binnen de daarvoor gestelde termijn zijn zienswijze.
De commissie betrekt de zienswijze van het college bij haar definitieve advies aan de minister. (Indien noodzakelijk maakt de commissie gebruik van stap C2).
 

C2
De TC kan de minister voor 15 oktober 2020 verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober 2020 vast te stellen.
(art. 15, vierde lid, RPw)

De commissie weegt tijdig af of hier gebruik van moet worden gemaakt. De commissie zal hier zo min mogelijk gebruik van maken.
C3
Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen. (art. 15, vijfde lid, RPw)
 
De commissie ontvangt van de minister een nieuwe datum, indien er gebruik is gemaakt van het indienen van het in C2 bedoelde verzoek.

De Minister beoordeelt op de volgende twee onderdelen voordat hij tot de beslissing komt.

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

a
Heeft de gemeente geen aanwijzing gekregen in 2019 of 2020?
(art. 74, vijfde en zesde lid, onderdeel a, Pw en art. 10, zevende lid, BPw)

Indien er sprake is van een aanwijzing met werking ten aanzien van het tekortjaar 2019 kan de Minister de vangnetuitkering verminderen, intrekken of weigeren (in art. 74, vijfde lid, Pw). In art. 10, zevende lid, BPw is geregeld dat dan een verzoek tot vangnetuitkering afgewezen  wordt. Mocht de commissie voorafgaand aan of tijdens haar beoordeling informatie van de Minister ontvangen over het voornemen van de Minister om een vangnetuitkering af te wijzen, dan stelt de commissie geen advies op betreffende deze gemeente. De consequentie van het niet starten van of het stoppen van een beoordeling is namelijk dat er geen advies volgt. De minister zal in dit geval een  negatieve beschikking uit doen gaan.
b
Heeft het college niet in strijd gehandeld met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de vangnetuitkering of met een voorwaarde die aan het besluit tot verlening van de vangnetuitkering is verbonden?
(art. 74, vijfde lid, onderdeel b, Pw)
Indien er sprake is van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift kan de Minister de vangnetuitkering verminderen, intrekken of weigeren.