Beoordeling en advisering 2020

De onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet beoordeelt of een gemeente aan alle voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een vangnetuitkering. Deze commissie brengt over een ingediend verzoek advies uit aan de minister (thans feitelijk de staatssecretaris) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het vangnet 2020

Het vangnet is een eenvoudig toegankelijke voorziening, waarmee de financiële risico’s voor gemeenten worden beperkt bij de uitvoering van de Participatiewet. Ondanks het eenvoudige karakter van de voorziening gaat de wetgever wel uit van een alerte houding van het gemeentebestuur. Deze alerte houding betreft het tijdig treffen van maatregelen om het tekort te reduceren. De beperkte voorwaarden die in de regelgeving zijn opgenomen om voor een vangnetuitkering in aanmerking te komen, zijn mede op bedoelde alerte houding gebaseerd.

Het beoordelingskader volgt het modelaanvraagformulier en bestaat uit twee delen:

  1. Verklaring college
  2. Instemming gemeenteraad

Het eerste deel betreft de verklaring van het college. De verklaring van het college omvat een toelichting zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier dat door de minister van SZW beschikbaar is vastgesteld. Het tweede deel betreft de instemming van de gemeenteraad met de verklaring van het college.

Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording.

Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor haar instemming met de verklaring van het college. Dit kan niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.

Beoordeling door Toetsingscommissie vangnet Participatiewet

In de wet- en regelgeving liggen de zaken vast, zoals de termijn voor indiening van een verzoek, de voorwaarden voor het recht op een vangnetuitkering en de hoogte van die uitkering. De toetsingscommissie zal volstaan met een procedurele toets, die zal worden uitgevoerd aan de hand van het beoordelingskader, zie tabel onderaan deze pagina.

De toetsingscommissie zal hierbij beoordelen of een verzoek tijdig en volledig is ingediend door het college van de tekortgemeente. Voor de volledigheid van een verzoek is van belang dat het college een volledig ingevuld modelaanvraagformulier indient. De commissie beoordeelt of het college een toelichting heeft gegeven op de verklaring zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier. In dit beoordelingskader is gespecificeerd hoe de commissie tot dit oordeel komt. De commissie zal zich geen oordeel vormen over de inhoudelijke kwaliteit van de toelichting op de verklaring. Een dergelijke beoordeling blijft voorbehouden aan het lokale bestuur.

Ten slotte beoordeelt de toetsingscommissie of feitelijk sprake is van een tekort dat voor compensatie in aanmerking komt. Dit staat toegelicht in de tabel onderaan deze pagina.

Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, volgt, voor het positieve advies, de vaststelling van de hoogte van de uitkering op basis van de hiervoor aangegeven gronden.

In het negatieve advies wordt aangegeven aan welke voorwaarden het verzoek van de gemeente niet voldoet.

Toelichting beoordelingskader

In het beoordelingskader (zie de onderstaande tabel) wordt per vereiste aangegeven hoe de commissie op basis van deze vereisten komt tot haar beoordeling en haar advies aan de staatssecretaris. Het niet voldoen aan één van deze eisen, leidt tot een negatief advies van de commissie. Daarna wordt aangegeven op welke voorwaarden de Minister de vangnetuitkering beoordeelt.

Beoordeling Vangnetuitkering over 2020

De commissie beoordeelt aan de hand van de in de wetgeving vastgelegde vereisten of het verzoek al dan niet voldoet aan deze vereisten. Onder bijzonderheden wordt toegelicht wat van belang is bij de beoordeling door de commissie.

Onderstaande tabellen zijn bijgesteld op 28-08-2019.
 

A. Beoordeling

Stap 1: Indiening en ontvangst aanvraagformulier

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
A1.a
Is gebruik gemaakt van het modelaanvraagformulier?
(art. 10, eerste lid, onderdeel a, BPw)
  • Dit betreft het door de minister elektronisch vastgestelde modelaanvraagformulier, zoals beschikbaar is gesteld op de website van de TC. De commissie controleert of de juiste versie van het formulier wordt gebruikt (zie aanvraagprocedure). Let hierbij vooral op bij herinrichting en fusie (zie ook aanvraagprocedure en veelgestelde vragen)
  • Dat betekent dat door het college op de hoofdvragen (die vet gedrukt staan in het aanvraagformulier) een antwoord is gegeven. In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt het college alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
A1.b
Is het verzoek ingediend door het college?
(art. 10, eerste lid, onderdeel a, BPw)
  • Een door een WGR-verband ingediend verzoek is niet rechtsgeldig, waarbij de TC geen bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken.
  • De commissie beoordeelt of de aanvraag door het juiste gezag wordt aangevraagd. Let hierbij vooral op bij herinrichting en fusie (zie ook aanvraagprocedure en veelgestelde vragen).
  • In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt de gemeente alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
A1.c
Is het verzoek door de TC ontvangen in de periode 1 januari 2021 t/m 15 augustus 2021?
(art. 15, eerste en tweede lid, RPw)
  • Het verzoek is door de TC ontvangen indien het verzoek middels het webformulier van de website van de TC is ingediend.
  • Er is sprake van een fatale termijn, waarbij de TC geen bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken.
  • Na indiening via de website ontvangt de gemeente een automatische ontvangstbevestiging met de door de gemeente ingediende informatie.
  • In geval van een niet compleet ingevuld aanvraagformulier wordt de gemeente alsnog in de gelegenheid gesteld e.e.a. aan te vullen. Deze aanvulling kan alleen betrekking hebben op informatie waarmee het college akkoord is gegaan en de gemeenteraad eerder heeft ingestemd.
  • In geval van ICT-problemen wordt de gemeente verzocht dit tijdig te signaleren bij het secretariaat van de commissie. ICT-problemen vallen niet onder overmacht.

Stap 2: Financiële voorwaarden verzoek

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

A2.a
Bedragen de netto lasten 2020 meer dan 107,5% van het Pw-budget?
(art. 10, eerste lid, onderdeel c, BPw)
 

Conform artikel 10, eerste lid, onderdeel c, BPw, moet de TC de door de accountant gerapporteerde fouten en onzekerheden, conform artikel 1, onderdeel l, BPw, in mindering brengen op de netto lasten zoals die blijken uit de SiSa-verantwoording.
A2.b
Bedragen de netto lasten 2018 t/m 2020 minus verstrekte Pw-budget 2018 t/m 2020 meer dan 107,5% van het verstrekte Pw-budget 2020?
(art. 10, eerste lid, onderdeel c, BPw)
Conform artikel 10, eerste lid, onderdeel c, BPw, moet de TC de door de accountant gerapporteerde  fouten en onzekerheden, conform artikel 1, onderdeel l, BPw, in mindering brengen op de netto lasten zoals die blijken uit de SiSa-verantwoording.

Stap 3: Onderdelen aanvraagformulier

Deel 1 van Aanvraagformulier. Verklaring college bij een basisverzoek
VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

A3.a
Is er een verklaring van het college dat er maatregelen zijn getroffen om te komen tot tekortreductie?
(art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw)

  • De verklaring van het college omvat een toelichting zoals aangegeven in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C).
  • Bij D volgt ondertekening. Alle onderdelen moeten worden ingevuld (art. 10, eerste lid, onderdeel e, BPw) (zie aanvraagformulier basisverzoek).

Algemeen

  • Indien de TC niet kan vaststellen dat de toelichting op de verklaring voldoet aan de gestelde vereisten, stelt de TC de gemeente binnen een vast te stellen periode in de gelegenheid haar verzoek aan te vullen met een toelichting op het voor de TC ontbrekende vereiste.
  • De commissie voert geen inhoudelijke toets uit. Deze is voorbehouden aan het lokaal bestuur. Dat wil zeggen dat de commissie geen oordeel velt over de inhoudelijke kwaliteit of de uitgebreidheid van de analyse, de maatregelen of de reductie van het tekort.
  • De verklaring van het college dient een toelichting te omvatten, zoals aangegeven is in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C van het basisverzoek).
  • De commissie toetst op de volledigheid en juistheid van het antwoord van de gemeente en stelt vast aan de hand van de in het modelaanvraagformulier (basis verzoek) gestelde vragen of met de toelichting op de onderdelen (A, B, C) antwoord wordt gegeven op de gestelde vraag. De vraagstelling start met een hoofdvraag die in alle gevallen beantwoord moet worden. Aan het eind van het aanvraagformulier  staan suggesties, die facultatief van aard zijn. In de toelichting staat informatie die bedoeld is ter verduidelijking van de hoofdvraag. De commissie beoordeelt het beantwoorden van de hoofdvraag. Het ontbreken van een antwoord op de hoofdvraag leidt tot een negatief advies.

A. Analyse van omvang en oorzaken van het tekort
Geef in het modelaanvraagformulier een analyse op van de oorzaken van het tekort.

De commissie gaat na of in de analyse de nadruk wordt gelegd op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed.

B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren
Omschrijf in het modelaanvraagformulier welke maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort.

  • Onder maatregelen worden maatregelen verstaan die binnen de eigen invloedsfeer van de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent dat maatregelen gerelateerd aan het verdeelmodel, het macrotekort et cetera, in het kader van de beoordeling, niet als een dergelijke maatregel door de commissie worden aangemerkt.
  • Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd.
  • Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen door het college en waarvan de uitvoering in gang is gezet voor het tijdstip van indiening van de aanvraag.
  • Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of het in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen om het tekort verder te reduceren.
  • Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven
  • Er wordt gesproken van een bijdrage leveren aan de reductie van het tekort, omdat meerdere factoren van invloed kunnen zijn op de hoogte van het tekort.
C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen
Omschrijf in het modelaanvraagformulier het beoogde effect van de genoemde maatregelen, zodat inzichtelijk wordt gemaakt dat deze maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort.
 
De commissie stelt vast of het college inzichtelijk heeft gemaakt, in de door het college gegeven toelichting, dat de maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort.
Dit betekent onder meer het volgende:
  • Het college kan een inschatting van het beoogde effect geven, waarbij zoveel mogelijk kwantitatief en als dat niet mogelijk is kwalitatief inzichtelijk wordt gemaakt dat er een reductie van het tekort optreedt.
  • De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. De toetsingscommissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag (vetgedrukt) van het modelaanvraagformulier.
  • Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.
D. Ondertekening
Verklaart het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam van de gemeente] dat het voor 15 augustus 2021 maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie? (art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw)
 

Bij D volgt ondertekening.

  • Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen.
  • De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris.
  • De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op basis van een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Volgens artikel 8c van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Deel 1 Aanvraagformulier: Verklaring college bij een uitgebreid verzoek

A3.b

Verklaart het college dat het zowel interne als externe maatregelen heeft genomen om te komen tot verdere tekortreductie, als in één van de afgelopen twee jaren al een vangnetuitkering is ontvangen?
(art. 10, tweede lid, BPw)

  • Omvat de verklaring van het college een toelichting zoals aangegeven in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C)?
  • Bij D volgt ondertekening.
  • Alle onderdelen moeten worden ingevuld. (art. 10, eerste lid, onderdeel e, BPw) (zie aanvraagformulier uitgebreid verzoek)

Algemeen

  • Indien de TC niet kan vaststellen dat de toelichting op de verklaring voldoet aan de daaraan gestelde vereisten, stelt de TC de gemeente binnen een vast te stellen periode in de gelegenheid haar verzoek aan te vullen met een toelichting op het voor de TC ontbrekende vereiste.
  • De commissie voert geen inhoudelijke toets uit. Deze is voorbehouden aan het lokaal bestuur. Dat wil zeggen dat de commissie geen oordeel velt over de kwaliteit van de analyse, de maatregelen of de reductie van het tekort.
  • De verklaring van het college dient een toelichting te omvatten, zoals aangegeven is in het modelaanvraagformulier (onderdelen A, B en C van het uitgebreide verzoek).
  • De commissie toetst op de volledigheid en juistheid van het antwoord van de gemeente en stelt vast aan de hand van de in het modelaanvraagformulier (van het uitgebreide verzoek) gestelde vragen of met de toelichting op de onderdelen (A, B, C) antwoord wordt gegeven op de gestelde vraag. De vraagstelling start met een hoofdvraag die in alle gevallen beantwoord moet worden. Daaronder staan suggesties, die facultatief van aard zijn. In de toelichting staat informatie die bedoeld is ter verduidelijking van de hoofdvraag. De commissie beoordeelt of het college antwoord heeft gegeven op de hoofdvraag. Het ontbreken van een antwoord op de hoofdvraag leidt tot een negatief advies.

A. Analyse van omvang en oorzaken van het tekort
Geef in het modelaanvraagformulier een analyse van de oorzaken van het tekort.

A1. Analyse van de oorzaken van het tekort

A2. Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

A3. Beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyses gebruikt zijn

  • A1. In onderdeel A1 van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (zie onderdeel A1). Onder een analyse van de oorzaken van het tekort wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ De commissie gaat na of in de analyse de nadruk wordt gelegd op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed.

  • A2. De mate van effectiviteit van maatregelen uit voorgaande jaren, kan eveneens van invloed zijn op de omvang van het tekort. De commissie gaat bij het onderdeel A2 na of een analyse is gegeven van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren.

  • A3. De commissie gaat na of bij onderdeel A3 een beschrijving is gegeven van de gehanteerde bronnen die bij de analyses gebruikt zijn. Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera.

B. Uitgevoerde maatregelen om het tekort te reduceren
Het college beschrijft in het modelaanvraagformulier welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort.

B1. Beschrijving getroffen interne maatregelen

B2. Beschrijving getroffen externe maatregelen

Per getroffen maatregel worden de volgende vragen beantwoord:
Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen:

  1. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?
  2. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?
  3. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

Al eerder in het beoordelingskader (zie A3.a) is het volgende vereiste beschreven:

  • Indien een gemeente over 2018 en/of 2019 al een vangnetuitkering heeft ontvangen, dan dient het college te verklaren zowel interne als externe maatregelen te hebben getroffen om te komen tot verdere tekortreductie.
  • In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven  welke (aanvullende) interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt beschreven hoe wat de wijze van de consultatie was van de externe partij of externe bron heeft geleid om te komen tot de getroffen externe maatregelen. In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven  welke (aanvullende) interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt beschreven hoe wat de wijze van de consultatie was van de externe partij of externe bron heeft geleid om te komen tot de getroffen externe maatregelen.

Toelichting op de drie vragen.

1. Wat wordt verstaan onder een externe bron(nen): externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

Een externe partij is een persoon of organisatie buiten de grenzen van de gemeente.

  • Een veelgestelde vraag is of in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) de consultatie als extern wordt aangemerkt. Het antwoord hierop is, dat in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) er sprake is van een gemeenschappelijk beleid en uitvoering voor alle aangesloten gemeenten. Dat betekent dat consultatie van gemeenten die onderdeel uitmaken van een gemeenschappelijke regeling niet als extern wordt gezien.
  • Dit ligt anders voor een SW-bedrijf omdat hier ook sprake kan zijn van privatisering, waardoor verantwoordelijkheden en bevoegdheden anders kunnen worden belegd. Om die reden wordt consultatie van het SW-bedrijf wel gezien als externe consultatie.
  • Onder externe ‘schriftelijke’ informatie wordt alle informatie verstaan die vastgelegd is in een document of een digitale drager (website, bestand etc.) en voortkomt uit een bron buiten de grenzen van de eigen gemeente respectievelijk ISD of RSD. Deze externe informatie dient dan wel ook informatie te bevatten over de effectiviteit en de aanpak van deze maatregel. Anders is raadpleging van de partij van wie de informatie komt noodzakelijk.

2. Wat heeft de externe consultatie opgeleverd? Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

Hier wordt beschreven welk inzicht door consultatie van die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie is gekregen bij de gemeente, dat geleid heeft tot het treffen van de externe maatregel?

  • Wat wordt verstaan onder consultatie van een externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

Onder consultatie wordt verstaan het raadplegen van een externe bron (partij of ‘schriftelijke’ informatie) buiten de gemeente respectievelijk ISD of RSD. Dat kan het raadplegen van een externe partij zijn, maar het kan ook het raadplegen van externe  ‘schriftelijke’ informatie zijn, mits deze ook informatie over de toepasbaarheid (effectiviteit, uitvoerbaarheid en aanpak etc.) omvat, anders is het inwinnen van advies bij de betreffende gemeente noodzakelijk.

Voorbeelden van externe consultatie zijn onder andere:

  • gebruik maken van goed werkende maatregelen van andere gemeenten;
  • gebruik maken van beleidsplannen e.d. van gemeenten en op basis daarvan inwinnen van advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effectiviteit etc.);
  •  inwinnen van advies bij andere gemeenten;
  • gebruik maken van een kennisgroep of leercirkel, bijeenkomst van Divosa;
  • gebruik maken van de signalen op basis van benchmarking Divosa;
  •  gebruik maken van de signalen op basis van de SEO-tool;
  •  gebruik maken van de publicatie van aanvragen van eerdere jaren en de betreffende tools op de website van de toetsingscommissie en op basis daarvan inwinnen van een advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effectiviteit etc.);
  • advies van een extern adviesbureau voor het nemen van extra maatregelen;
  • onder voorwaarden kunnen samenwerking met en uitvoering door een externe partij ook onder externe consultatie vallen. Dat is alleen het geval indien de consultatie duidelijk is beschreven en deze vervolgens leidt tot een maatregel, zie ook onder punt 3 externe maatregel.
  • het inschakelen van een externe voor het opstellen van de aanvraag, is geen externe maatregel.

3. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze ‘consultatie’?

Dit is een beschrijving van een getroffen externe maatregel.

Hierna volgen nog enkele toelichtingen over de externe maatregel (n.a.v. veelgestelde vragen):

  • Wat wordt verstaan onder een maatregel?
    • Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd.
  • Met ‘externe’ maatregel wordt bedoeld: een maatregel die is getroffen naar aanleiding van externe consultatie.
  • Onder voorwaarden gelden de volgende externe maatregelen ook:
    • Het samenwerken met een externe partij voldoet als ‘externe maatregel’ mits binnen deze samenwerking consultatie heeft plaatsgevonden. Beschrijf duidelijk op welke wijze de consultatie in deze samenwerking heeft geleid tot de getroffen maatregel.
    •  Het uitvoeren van een maatregel door een externe partij voldoet pas als ‘externe maatregel’ indien deze maatregel is getroffen naar aanleiding van consultatie van een externe partij (dat kan de uitvoerende partij zijn). Indien maatregelen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente) tot stand komen, worden ze als extern aangemerkt.

Wat wordt verstaan onder een getroffen externe maatregel?

  • Dit is een externe maatregel die voor het tijdstip van indiening van de aanvraag door het college is getroffen.
  • Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen en waarvan de uitvoering in gang is gezet.

Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn?

Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of het in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen om het tekort verder te reduceren.
Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven.
In alle gevallen dient het college externe maatregelen te nemen. Dat kunnen ook, afhankelijk van de hiervoor genoemde afweging, bestaande maatregelen zijn, die in hun effect meerjarig doorlopen. Om die reden staat “aanvullende” tussen haakjes.

Hoeveel getroffen externe maatregelen zijn vereist?

Het is aan het lokaal bestuur om te bepalen hoeveel maatregelen moeten worden getroffen om het tekort verder te reduceren. Dat houdt in dat de toetsingscommissie nagaat of één dan wel meerdere externe maatregel(en) zijn getroffen. Het is aan het college en de gemeenteraad om na te gaan of en te beschrijven dat de getroffen maatregelen tezamen het tekort verder reduceren (zie onderdeel effecten).

C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen
Omschrijf in het modelaanvraagformulier het beoogde effect van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan het verder reduceren van het tekort.

C1. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie

C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord

C1. De commissie stelt vast of het college inzichtelijk heeft gemaakt, in de door het college gegeven toelichting, dat de interne en externe maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verder reduceren van het tekort (is het beoogde effect).

Dit betekent onder meer het volgende:

  • Er wordt een beeld geschetst van het effect van de maatregelen. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect.
  • Er zijn meerdere factoren van invloed op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van het leveren van een bijdrage aan het reduceren van het tekort.
  • Van het college wordt verwacht dat het inzichtelijk maakt dat er met het nemen van de interne en externe maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan het verder reduceren van dit tekort.
  • Het tekort verder reduceren betekent dat het college inzichtelijk maakt dat zij maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort dan in voorgaande jaren. De commissie beoordeelt of dit inzicht wordt gegeven.
  • Het is voldoende een inschatting te geven van het gezamenlijke beoogde effect of het beoogde effect per maatregel, waarbij bij voorkeur kwantitatief en als dat niet mogelijk is  kwalitatief aannemelijk wordt gemaakt dat er een reductie van het tekort zal optreden.
  • Er hoeft geen onderscheid te worden gemaakt tussen beoogd effect van interne maatregelen en beoogd effect van externe maatregelen.
  • De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk voor de datum van inlevering van het verzoek (het verzoek zelf dient uiterlijk 15 augustus 2021 door de commissie te worden ontvangen).
  • De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen.

C2. De commissie beoordeelt of er wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord. Aan de wijze van monitoring worden geen verdere eisen gesteld, behalve dat de wijze van monitoring beschreven wordt onder vraag C2. Het is dus aan het college en de gemeenteraad hoe de monitoring precies wordt ingericht.

Onder monitoring wordt verstaan het volgen van de resultaten van de getroffen maatregelen in relatie tot de verwachte opbrengsten, zodat op grond van deze informatie bijstelling van het beleid en de uitvoering van maatregelen mogelijk is. De monitoring kan fijnmazig per maatregel of per totaalpakket van maatregelen worden uitgevoerd.

D. Ondertekening
Verklaart het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam van de gemeente] dat het voor 15 augustus 2021 (aanvullende) interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie? (art. 10, tweede lid, BPw)
 

Bij D volgt ondertekening.

  • Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen.
  • De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op basis van een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
  • De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris.

Deel 2 Aanvraagformulier: Instemming gemeenteraad.

Instemming gemeenteraad
Heeft de gemeenteraad ingestemd met de verklaring van het college van B&W?
(art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw) (zie aanvraagformulier gedeelte 2)

 
  • De commissie stelt vast of hieraan wordt voldaan door na te gaan of de voorzitter van de gemeenteraad heeft getekend voor de instemming van de gemeenteraad met de verklaring van het college (gedeelte 2 van het aanvraagformulier).
  • De griffier functioneert hierbij als medeondertekenaar.
  • Met de instemming van de gemeenteraad met de verklaring bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort (verder) te reduceren.
  • De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken.

B. Berekening vangnetuitkering

Stap 4: Bepaling netto lasten

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
B1.a
Wat de netto PW-lasten zijn geweest over 2020?
(art. 1, onderdeel l, BPw)
Informatie wordt verkregen uit SiSa.
B1.b
Correctie toegepast bij de vaststelling van de uitkering op grond van artikel 7?
(art. 10, vierde lid, BPw)
Informatie wordt ontvangen van het ministerie van SZW. In dit geval geldt een afwijkende bepaling van de hoogte van het budget.
B1.c
Informatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel l die na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend wordt ontvangen door BZK, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen.
(art. 10, vijfde lid, BPw)
 
Informatie wordt ontvangen via het ministerie van SZW van het ministerie van BZK.

Stap 5: Berekening vangnetuitkering

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN
B2
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 107,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-komma-vijf maar niet meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen;
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 112,5% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan twaalf-en-een-half procent overstijgen.
(art. 10, derde lid, BPw)
 
Bij de berekening van a en b wordt door de commissie gebruik gemaakt van de informatie over de netto lasten uit stap B1.

C. Advisering:

Stap 6: Totstandkoming van adviezen
C1

De TC adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober 2021 over de te nemen beslissing.
(art. 15, derde lid, RPw)

In het kader van hoor en wederhoor wordt in geval van een voorgenomen negatief advies, het negatieve advies aan het college voorgelegd.
Het college geeft binnen de daarvoor gestelde termijn zijn zienswijze.
De commissie betrekt de zienswijze van het college bij haar definitieve advies aan de minister. (Indien noodzakelijk maakt de commissie gebruik van stap C2).
 

C2

De TC kan de minister voor 15 oktober 2021 verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober 2021 vast te stellen.
(art. 15, vierde lid, RPw)

De commissie weegt tijdig af of hier gebruik van moet worden gemaakt. De commissie zal hier zo min mogelijk gebruik van maken.

C3

Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen. (art. 15, vijfde lid, RPw)

De commissie ontvangt van de minister een nieuwe datum, indien er gebruik is gemaakt van het indienen van het in C2 bedoelde verzoek.

De Minister beoordeelt op de volgende twee onderdelen voordat hij tot de beslissing komt.

VEREISTEN BIJZONDERHEDEN

a

Heeft de gemeente geen aanwijzing gekregen in 2020 of 2021?
(art. 74, vijfde en zesde lid, onderdeel a, Pw en art. 10, zevende lid, BPw)

Indien er sprake is van een aanwijzing met werking ten aanzien van het tekortjaar 2020 kan de Minister de vangnetuitkering verminderen, intrekken of weigeren (in art. 74, vijfde lid, Pw). In art. 10, zevende lid, BPw is geregeld dat dan een verzoek tot vangnetuitkering afgewezen  wordt. Mocht de commissie voorafgaand aan of tijdens haar beoordeling informatie van de Minister ontvangen over het voornemen van de Minister om een vangnetuitkering af te wijzen, dan stelt de commissie geen advies op betreffende deze gemeente. De consequentie van het niet starten van of het stoppen van een beoordeling is namelijk dat er geen advies volgt. De minister zal in dit geval een negatieve beschikking doen uitgaan.

b

Heeft het college niet in strijd gehandeld met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de vangnetuitkering of met een voorwaarde die aan het besluit tot verlening van de vangnetuitkering is verbonden?
(art. 74, vijfde lid, onderdeel b, Pw)

Indien er sprake is van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift kan de Minister de vangnetuitkering verminderen, intrekken of weigeren.