Beoordeling en advisering

De onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet (voorheen de Toetsingscommissie aanvullende uitkeringen Participatiewet) beoordeelt of een gemeente aan alle voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een vangnetuitkering. Deze commissie brengt over een ingediend verzoek advies uit aan de minister (thans feitelijk de staatssecretaris) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het vangnet 2016

Het vangnet 2016 is een eenvoudig toegankelijke voorziening, waarmee de financiële risico’s voor gemeenten bij het verstrekken van de gebundelde uitkering en loonkostensubsidie, naast de overgangsregeling bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel, worden beperkt.  Ondanks het eenvoudige karakter van de voorziening gaat de wetgever wel uit van een alerte houding van het gemeentebestuur.

Grofweg houdt dit in dat tijdig wordt nagegaan of al dan niet uitgekomen zal worden met het toegekende budget voor de gebundelde uitkering. Als een tekort kan worden verwacht, zal het college in 2016 dienen na te gaan wat de mogelijke oorzaken daarvan zijn, en wanneer welke maatregelen genomen kunnen worden om het tekort te reduceren. Verder zal het college de Raad in 2016 hierover moeten informeren. De beperkte voorwaarden die in de regelgeving zijn opgenomen om voor vangnetuitkering in aanmerking te komen, zijn mede op bedoelde alerte houding gebaseerd.

Daarom moet een college dat een vangnetuitkering aanvraagt, aantonen dat in 2016 een proces is ingezet dat gericht is op tekortreductie, bestaande uit het opstellen van een globale analyse en het informeren  van de gemeenteraad hierover alsmede van de maatregelen die worden genomen of zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen. Zie voor meer informatie de rubriek 'Voorwaarden'.

Beoordeling door Toetsingscommissie vangnet Participatiewet

In de wet- en regelgeving liggen de zaken vast, zoals de termijn voor indiening van een verzoek, de voorwaarden voor het recht op een vangnetuitkering en de hoogte van die uitkering. De toetsingscommissie zal volstaan met een procedurele toets, die zal worden uitgevoerd aan de hand van het beoordelingskader, zie tabel onderaan deze pagina.

De toetsingscommissie zal hierbij beoordelen of een verzoek tijdig en volledig is ingediend  door het college. Voor de volledigheid van een verzoek is vooral van belang dat het college een volledig ingevuld modelaanvraagformulier indient. Vervolgens beoordeelt de toetsingscommissie of de aanvraag voldoet aan de vermelde voorwaarden (zie beoordelingskader). De commissie zal volstaan met de vaststelling wat de ‘globale analyse’ is, en dat de gemeenteraad in 2016 is geïnformeerd over deze ‘globale analyse’ en over maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen. De commissie zal zich geen oordeel vormen over de kwaliteit van de analyse. Een dergelijke beoordeling blijft voorbehouden aan het lokale bestuur.

Ten slotte beoordeelt de toetsingscommissie of feitelijk sprake is van een tekort dat voor compensatie in aanmerking komt:

  • uitgegaan wordt van het definitief aan de gemeente toegekende budget als bedoeld in artikel 69 van de Participatiewet voor 2016;
  • uitgegaan wordt van het voor de gemeente gunstigste eigen risico (zonder dat de gemeente daarom hoeft te vragen);
  • de commissie, gelet op artikel 1, onder l, BPw, hierbij de door de accountant gerapporteerde foute en onzeker bestedingen in mindering moet brengen op de door de gemeente verantwoorde lasten en baten, tenzij de gerapporteerde fouten en onzekerheden minder bedragen dan de geldende rapporteringstolerantie;
  • de commissie geen rekening mag houden met verantwoordingsgegevens die na 15 augustus zijn ontvangen, tenzij dit op verzoek is gebeurd.

Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, volgt, voor het positieve advies, de vaststelling van de hoogte van de uitkering op basis van de hiervoor aangegeven gronden.

In het negatieve advies wordt aangegeven aan welke voorwaarden het verzoek van de gemeente niet voldoet.

Toelichting beoordelingskader

In het beoordelingskader (zie de onderstaande tabel) wordt per vereiste aangegeven hoe de commissie op basis van deze vereisten komt tot haar beoordeling en haar advies aan de staatssecretaris.

  • In hoofdlijnen gelden de vereisten groep A (A1-A4) als harde vereisten. Het niet voldoen aan een van deze eisen, leidt tot een negatief advies van de commissie.
  • Voor de vereisten van groep B geldt in hoofdlijnen dat B1 en B2 harde vereisten zijn, terwijl vereisten B3 en B4 meer informatief en zacht van aard zijn.
  • Voor groep C van de vereisten geldt dat de vereisten C1 en C2 vooral betrekking hebben op twee uitzonderingsgroepen en C3 een harde vereiste is.

Een en ander is verder toegelicht onder bijzonderheden in onderstaande tabel.

Beoordeling TC Vangnetuitkering over 2016

De commissie beoordeelt aan de hand van de in de wetgeving vastgelegde vereisten of het verzoek al dan niet voldoet aan deze vereisten (ja/nee). Onder bijzonderheden wordt toegelicht wat van belang is bij de beoordeling door de commissie1. (de onderstaande tabel is bijgesteld op 10-2-2017)

A. VEREISTEN ART. 10,
EERSTE LID, BESLUIT PW2

       
  VEREISTEN JA NEE BIJZONDERHEDEN
A1 Verzoek ingediend door college?     a. een door een WGR-verband ingediend verzoek is niet rechtsgeldig
        b. de TC heeft geen bevoegdheid hiervan af te wijken
A2 Verzoek uiterlijk ontvangen 15.08.2017?3     a. sprake is van een fatale termijn
        b. de TC heeft geen bevoegdheid hiervan af te wijken
A3 Gebruik gemaakt van modelaanvraagformulier?     Dit betreft het door de minister vastgestelde model, zoals is gepubliceerd in de Staatscourant 2016, nr. 54185. Het modelaanvraagformulier is (in Word-versie) beschikbaar gesteld op de website.
A4 Netto lasten 2016 meer dan 105% Pw-budget, of meer dan € 30 per inwoner?4    
  • Conform artikel 10, eerste lid, onderdeel a, BPw en artikel 10, derde lid, BPw (oud)5, Indien dit voor een gemeente tot een gunstiger resultaat leidt, wordt de vangnetuitkering over het jaar 2016 in afwijking van het tweede en het vierde lid (oud)6 berekend voor dat deel dan meer is dan € 30 per inwoner.
  • De TC moet de door de accountant gerapporteerde fouten en onzekerheden, conform artikel 1, onderdeel BPw, in mindering brengen de netto lasten zoals die blijken uit de SiSa-verantwoording
         

B. VEREISTEN ART. 10a, TWEEDE LID, BESLUIT PW (oud)7

VEREISTEN JA NEE BIJZONDERHEDEN
B1 Globale analyse van:    
  • Voor wat betreft de inhoudelijke eisen waaraan de globale analyse moet voldoen, kan de TC de vaststelling baseren op letterlijk geciteerde teksten uit de regelgeving, maar ook uit de context die in de gemeentelijke tekst is geschetst.
  • Indien de TC noch op basis van de letterlijke tekst noch op basis van de context kan vaststellen dat de analyse voldoet aan de daaraan te stellen eisen, stelt de TC de gemeente binnen een vast te stellen periode in de gelegenheid haar verzoek aan te vullen met een toelichting op het voor de TC ontbrekende vereiste. Deze aanvulling kan alleen betrekking kan hebben op een in 2016 opgestelde analyse.
  • De commissie zal zich geen oordeel vormen over de kwaliteit van de analyse. Een dergelijke beoordeling blijft voorbehouden aan het lokale bestuur.
  • De commissie weegt de 'globale analyse' mee als een harde eis. Dat wil zeggen dat het ontbreken ervan leidt tot een negatief advies. De aanwezigheid van de onderdelen a-c wordt nagegaan. Dat betekent echter niet dat de afwezigheid van één of meer van de onderdelen a-c automatisch leidt tot een negatief advies. In de beoordeling van de globale analyse wordt deze afwezigheid afgewogen tegen het geheel van de analyse van de gemeente.
  a. mogelijke omvang tekort op Pw-budget?      
  b. mogelijke oorzaak tekort op Pw-budget?      
  c. verwachte ontwikkelingen tekort komende jaren benoemd?      
B2 Heeft College de raad geïnformeerd :    
  • De commissie beoordeelt of de Gemeenteraad daadwerkelijk is geïnformeerd in 2016 over de analyse en de genomen dan wel te nemen maatregelen. De commissie weegt dit mee als een harde eis. Dat wil zeggen dat het ontbreken ervan leidt tot een negatief advies.
  • Indien het college zijn analyse en informatie over de genomen dan wel te nemen maatregelen voorlegt aan een door de Raad ingestelde commissie, wordt ook voldaan aan de wettelijke eis. Dat betekent dat het voorleggen aan de Raadscommissie in plaats van de Gemeenteraad niet leidt tot een negatief advies door de commissie. De commissie gaat er daarbij vanuit dat de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de vergaderingen van de raadscommissies, en gaat er daarmee van uit dat de bespreking in een raadscommissie voldoet aan de geldende voorwaarde.
  a. in 2016?      
  b. over analyse?      
  c. over genomen/te nemen maatregelen tekortreductie?      
B3 Kunnen de opvattingen van de Raad worden vastgesteld?     Dit vereiste is informatief van aard en niet materieel. Dat betekent dat weliswaar om deze informatie wordt gevraagd als onderdeel van het verzoek, maar dat het ontbreken ervan niet kan leiden tot een negatief advies.
B4 Kan worden vastgesteld:    
  • Dit vereiste, wat betreft de onderdelen a t/m c, is informatief van aard en niet materieel. Dat betekent dat weliswaar om deze informatie wordt gevraagd als onderdeel van het verzoek, maar dat het ontbreken ervan niet kan leiden tot een negatief advies.
  • Indien een college in 2016 geen maatregelen heeft getroffen (hetgeen toegestaan is m.b.t. het vangnet) dan kan zij volstaan door hierop te wijzen. Indien het college wel maatregelen heeft getroffen dan wil SZW geïnformeerd worden over de werkelijk getroffen maatregel. Ook is SZW erin geïnteresseerd of de maatregelen hebben gebracht wat het college ervan verwachtte. Maar als het college daarover geen informatie kan verstrekken omdat hetzij geen maatregelen zijn getroffen, hetzij de maatregelen daarvoor tekort geleden zijn ingevoerd, kan worden volstaan met een dergelijke vermelding.
  a. of het college in 2016 maatregelen heeft getroffen En zo ja    
  b. welke maatregelen zijn getroffen?      
 

c. hoe het college het effect van de getroffen maatregelen kwalificeert?

     
  d. wat de netto Pw-lasten zijn geweest over 2016?     Informatie wordt verkregen uit SiSa.
         
C. OVERIGE ASPECTEN   JA NEE BIJZONDERHEDEN
C1 Ex-MAU-gemeente met beschermde rechten?     Informatie hierover is beschikbaar bij de commissie. In dat geval geldt een afwijkende bepaling van de hoogte van de vangnetuitkering (art. 10, vierde lid, BPw8). Dit geldt niet voor ex-MAU-gemeenten met een eigen bijdrage van 7,5%.
C2 Correctie vereist op grond van artikel 10, vierde lid, BPw?     Informatie wordt ontvangen van het ministerie van SZW. In dit geval geldt een afwijkende bepaling van de hoogte van het budget.
C3 Geen aanwijzing gegeven in 2016 of 2017?9     Informatie wordt ontvangen van het ministerie van SZW. Indien er sprake is van een aanwijzing in 2016 of 2017 leidt dat tot een negatief advies.

1 In artikel 10a, BPw, wordt het overgangsrecht 2016 beschreven. In dit artikel wordt aangegeven welke (onderdelen van) artikelen niet gelden voor de VU 2016 en wordt verwezen naar artikelen zoals deze luidden op 31 december 2016 (oud).
2 Tenzij anders aangegeven.
3 Vereiste A2 is gebaseerd op Artikel 15, lid 1, Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
4 Zoals dit lid luidde op 31 december 2016.
5 Artikel 10, tweede en derde lid, BPw (oud), zoals deze artikelen luidden op 31 december 2016
6 Zoals deze leden luidden op 31 december 2016.
7 Zoals dit lid luidde op 31 december 2016.
8 Zoals dit lid luidde op 31 december 2016.
9 Op grond van artikel 10, vierde lid BPw.

Omissie in de wetgeving

In de verzamelbrief december 2016 wordt ingegaan op een omissie in de wetgeving die van invloed is op het beoordelingskader van de commissie.

Gebleken is dat in de wijziging van het Besluit Participatiewet per 1 januari 2017 een technische onvolkomenheid is opgetreden in het overgangsrecht voor 2016. In het nieuwe artikel 10, tweede lid, van het besluit wordt geregeld dat wanneer een verzoek wordt ingediend door het college van een gemeente waaraan in een van de twee daaraan voorafgaande jaren een vangnetuitkering is verleend, het college dient te kunnen verklaren dat het in het uitkeringsjaar (interne en externe) maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. Deze eis is, net als de nieuwe eis om maatregelen tot tekortreductie te treffen, onlosmakelijk verbonden aan het definitieve vangnet, zoals voor het eerst gaat gelden over 2017. Daar waar in het overgangsrecht voor de initiële maatregelen is geregeld dat die niet gelden voor de vangnetuitkering over 2016, moet dit nog worden geregeld voor de verdere maatregelen die getroffen moeten zijn bij een nieuw tekort. In de loop van 2017 zal in deze omissie worden voorzien, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016.

Hetgeen betekent voor het beoordelingskader van de commissie dat, anticiperend dat in deze omissie met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 zal worden voorzien, de commissie dit vereiste buiten beschouwing laat in haar beoordelingskader.