Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Gemeenten die een tekort hebben kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een vangnetuitkering.
Hieronder wordt ingegaan op de wijze waarop het vangnet wordt bestuurd, de governance.
Financiële systematiek Participatiewet
Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking.
Het vangnet maakt onderdeel uit van de financiële systematiek Participatiewet. Deze systematiek bestaat uit drie onderdelen:
- Macrobudget;
- Verdeelmodel;
- Vangnet.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) berekent de verwachte uitgaven van gemeenten aan bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het gaat om circa 8 miljard euro per jaar. Daarbij houdt het ministerie rekening met: uitgaven uit het voorgaande jaar, de invloed van conjunctuur, veranderingen door wijzigingen in overheidsbeleid en, tot slot, de ontwikkeling van het prijsniveau. Het totale budget dat het Rijk aan gemeenten beschikbaar stelt, komt overeen met de verwachte uitgaven. Dit is vastgelegd in artikel 69 van de Participatiewet. Het ministerie berekent met een verdeelmodel welk deel van het macrobudget iedere gemeente ontvangt. Om financiële risico’s van gemeenten te reduceren, is er de vangnetuitkering. Deze heeft een eigen risicodrempel en getrapte vergoeding. Uitgangspunt voor de financiering van het vangnet is de solidariteit tussen gemeenten. Het vangnet wordt bekostigd uit het macrobudget. Onrechtmatige bestedingen worden niet vergoed. De vangnetuitkering wordt gekort voor de omvang van fouten en onzekerheden, indien deze vastgestelde grenzen te boven gaan.
Hoofddoel, randvoorwaarden en subdoelen vangnetuitkering Participatiewet
Hoofddoel vangnet Participatiewet
Financiële risico’s die gemeenten hebben bij het uitvoeren van de Participatiewet beperken tot het eigen risico waarvan het redelijk wordt geacht dat een gemeente dit zelf draagt.
Randvoorwaarde 1
Gemeenten hebben een intrinsieke motivatie om het tekort te reduceren. Een van de uitgangspunten van de financieringssystematiek is de (extrinsieke) prikkelwerking. Om te voorkomen dat deze prikkelwerking te veel wordt gedempt door het vangnet, gelden een eigen risico en getrapte vergoeding. Tekortreductie leidt bovendien tot een afname van het beroep op de vangnetuitkering.
Randvoorwaarde 2
Voldoende draagvlak bij gemeenten voor de financiering van het vangnet (solidariteitsprincipe).
Randvoorwaarde 3
Het vangnet moet eenvoudig zijn aan te vragen en te beoordelen. Een eenvoudige procedurele toetsing past in de bestuurlijke verhoudingen bij de Participatiewet, waarbij het aan de gemeenteraad is om toe te zien op een goede uitvoering.
Subdoel 1
Het vangnet stimuleert gemeenten om maatregelen te nemen om het tekort te reduceren. Dit vraagt een alerte houding van gemeenten om uitgaven te beperken. Zodat een beroep op solidariteit zoveel mogelijk beperkt blijft.
Subdoel 2
Het financieringssysteem stimuleert gemeenten met een meerjarig tekort om van andere gemeenten te leren over het nemen van maatregelen gericht op tekortreductie (externe maatregelen). Zodat een beroep op solidariteit zoveel mogelijk beperkt blijft.
Inrichting vangnet Participatiewet
Uitgangspunt
De verantwoordelijkheden voor de financiële systematiek zijn als volgt:
- Artikel 69, tweede lid van de Participatiewet bepaalt dat het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan alle gemeenten tezamen (het macrobudget) bij wet wordt vastgesteld, waarbij uitgangspunt is dat dit bedrag voor het desbetreffende kalenderjaar toereikend is voor de geraamde kosten van alle gemeenten.
- Het Besluit Participatiewet regelt de verdeling van het macrobudget onder de gemeenten en het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor het vaststellen van deze verdeling. De wijze van verdeling van de budgetten heeft als doel dat gemeenten die er door hun beleid en uitvoering relatief goed in slagen de bijstandsuitgaven te beperken hier meerjarig financieel voordeel van ondervinden.
- Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet in hun gemeente.
- Gemeenten zijn aanspreekbaar op het draagvlak voor de herverdeling van het macrobudget naar gemeenten die een tekort boven de drempel hebben. Dit is van belang in verband met het uitgangspunt van solidariteit.
Verzoek VNG aan SZW
Bij de inrichting van de vangnetuitkering in 2004 heeft VNG aan SZW gevraagd om zorg te dragen voor de inrichting van de vangnetuitkering. VNG beoogt daarmee bij de verdeling alle schijn van beïnvloeding te vermijden. VNG is immers een vereniging van gemeenten en deze organisatievorm verhoudt zich minder goed tot het beoordelen van gemeenten.
Onafhankelijke commissie
SZW heeft met dit verzoek van VNG ingestemd en heeft de taak op zich genomen om een onafhankelijke commissie in te richten die zorg draagt voor een herverdeling van de gemeentelijke gelden. De commissie is onafhankelijk van gemeenten en onafhankelijk van het oordeel van SZW ingericht.
Partnerschap
Voor de uitvoering van de vangnetuitkering is een goed samenspel tussen alle partners, SZW, VNG, Divosa en TC onontbeerlijk. Een ieder draagt daarbij vanuit zijn specifieke rol. Dit komt tot uitdrukking in het periodiek vangnetoverleg waarin deelnemers de signalen en ontwikkelingen bespreken. In dit overleg gaan deelnemers na welke eventuele verbeteringen zij noodzakelijk achten. Ook geven zij advies over wijzigingen in wet- en regelgeving. Langs die weg houden de partijen zoveel mogelijk rekening met de verschillende rollen en ervaringen.
Taak en rol ministerie van SZW
De Minister:
- richt de Toetsingscommissie in en stelt de leden aan;
- stelt de wetgeving op met de vereisten waaraan een aanvraag voor een vangnetuitkering moet voldoen;
- beoordeelt de adviezen van de commissie of deze niet in strijd zijn met de wet en kent overeenkomstig de adviezen de aanvragen van een gemeente toe en doet vervolgens de beschikkingen uit;
- is verantwoordelijk voor het stelsel. Uit deze stelselverantwoordelijkheid vloeit haar verantwoordelijkheid voor de werking van het gehele financieringssysteem van de Participatiewet voort, waaronder deze voor het vangnet. Het gaat dan over de inrichting van het stelsel en de werking van de onderdelen van dit stelsel en de samenhang hiertussen.
Taak en rol VNG, Divosa, college van B&W en gemeenteraad
VNG
De VNG:
- ziet toe op de vereisten die de wet stelt aan de vangnetuitkering, op de wijze van aanvragen en van beoordelen en op de administratieve lasten voor gemeenten om te voldoen aan deze voorwaarden;
- ziet er op toe dat het geheel van vereisten en administratieve lasten onderling in balans is, zodat sprake is van een structureel draagvlak van (zowel tekort- als overschot-) gemeenten voor de vangnetuitkering;
- ziet toe op de werking van het vangnet. Specifiek kijkt de VNG of het hoofddoel, de subdoelen en randvoorwaarden van het vangnet met elkaar in balans zijn.
Divosa
Divosa heeft geen formele rol in deze maar is als praktijkdeskundige en vertegenwoordiger van de uitvoeringsdiensten een onmisbare gesprekspartner voor en adviseur in de wijze waarop de vangnetuitkering vorm wordt gegeven. Divosa is de vereniging van leidinggevenden en professionals in het gemeentelijk sociaal domein.
Bijdragen aan de doorontwikkeling van de vangnetuitkering en het maken van de afspraken hieromtrent gebeuren met name door direct contact met het Platform Financiën van Divosa. Hieraan nemen financiële directeuren, controllers en financiële beleidsmedewerkers van gemeentelijke uitvoeringsdiensten deel. In de bijeenkomsten met het platform bespreken de deelnemers de technisch-inhoudelijke vereisten van de vangnetuitkering, de aanvraagcriteria, de te gebruiken formulieren en de wijze waarop gemeenten kunnen leren van elkaar.
Divosa deelt de gemaakte afspraken en actualiteiten rondom de vangnetuitkering actief met de leden. Daarnaast faciliteert Divosa jaarlijks een aantal bijeenkomsten van Toetsingscommissie met een aantal gemeenten waarin de werking en bereik van de vangnetuitkering centraal staan. Dit resulteert erin dat er bij gemaakte afspraken voldoende draagvlak bij de gemeentelijke uitvoeringsdiensten is.
Gemeenten als collectief
Gemeenten laten zich bestuurlijk en ambtelijk vertegenwoordigen door de VNG en Divosa. De taak en rol van VNG en Divosa zijn hierboven beschreven.
Gemeenten
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verlenen van bijstand aan personen die daar op zijn aangewezen, de ondersteuning van deze personen en niet uitkeringsgerechtigden bij de arbeidsinschakeling. Gemeenten zien toe op tijdige rechtmatige en doelmatige uitvoering en voeren regie op het voorkomen van misbruik. De gemeente heeft als taak aansturing van een uitvoeringsorganisatie, formulering van meerjarige beleidsplannen en vaststelling van verordeningen.
College van B&W
Uit de beschreven systematiek van het vangnet volgt ook de verantwoordelijkheid van gemeenten voor het vangnet. Gemeenten kunnen onder voorwaarden een vangnetuitkering aanvragen. Voorwaarde is dat, naast het voldoen aan de financiële drempels, het college verklaart een analyse op de oorzaken van het tekort te hebben uitgevoerd en maatregelen te hebben getroffen die het tekort (verder) reduceren. Deze verklaring dient de instemming te hebben van de gemeenteraad.
Het uitgangspunt van solidariteit tussen gemeenten brengt met zich mee dat deze verklaring ook openbaar is voor andere gemeenten. Hiermee wordt het ook voor gemeenten die een financiële bijdrage leveren zichtbaar dat de tekortgemeenten er alles aan hebben gedaan om het tekort te reduceren. Van het college wordt verwacht dat het de gemeenteraad zodanig transparant informeert dat het voor de gemeenteraad mogelijk is zijn controlerende taak uit te voeren.
In dat verlengde wordt van gemeenten verwacht dat zij de bestedingen in het kader van de Participatiewet rechtmatig uitvoeren. Onrechtmatige bestedingen (fouten en onzekerheden) worden in mindering gebracht op de vangnetuitkering, indien deze vastgestelde grenzen te boven gaan.
Gemeenteraad
Het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om het tekort te reduceren. Vervolgens vraagt het college, middels het aanvraagformulier, aan de gemeenteraad om in te stemmen met deze verklaring. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau spreken het college en de gemeenteraad inhoudelijk over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren.
Taak en rol Toetsingscommissie vangnet Participatiewet
Taak Toetsingscommissie vangnet Participatiewet
De Toetsingscommissie heeft als taak om te beoordelen of een aanvraag voor een vangnetuitkering voldoet aan alle procedurele en financiële voorwaarden en adviseert de minister daarover.
Uit de in de wetgeving beschreven taak vloeit de hierna volgende rolbeschrijving voort. De rol van de commissie bestaat uit een beoordelende rol en een signalerende rol.
Rol Toetsingscommissie vangnet Participatiewet
Uit de in de wetgeving beschreven taak vloeit de hierna volgende rolbeschrijving voort.
De rol van de commissie kan worden onderscheiden in een beoordelende rol (onderdelen 1-3) en een signalerende rol (zie onderdeel 4).
Beoordelende rol:
De Toetsingscommissie beoordeelt of aanvragen voor een vangnetuitkering voldoen aan alle financiële en procedurele voorwaarden. Deze voorwaarden staan beschreven in het Besluit Participatiewet. Voor de financiële voorwaarden toetst de commissie welke eigenrisicodrempel van toepassing en of het tekort groter is dan die drempel. Voor de procedurele voorwaarden dient het college te verklaren dat het maatregelen heeft genomen om het tekort te reduceren. Deze verklaring dient de instemming te hebben van de gemeenteraad. Het college maakt daarbij gebruik van het modelaanvraagformulier. De uiterste datum voor het indienen van een vangnetaanvraag is 15 augustus van het jaar volgend op het tekortjaar.
De Toetsingscommissie beoordeelt procedureel. Dat betekent dat de commissie geen oordeel geeft over de inhoud van de door het college getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Tot 2015 had de Toetsingscommissie wel deze inhoudelijk toetsende rol. Sinds invoering van het huidige vangnet in 2015 is het dat inhoudelijke oordeel een zaak van het lokaal bestuur.
Vervolgens brengt Toetsingscommissie advies uit aan de minister over het al dan niet toekennen van een vangnetuitkering. In de regel neemt de minister het advies over.
Signalerende rol:
De Toetsingscommissie signaleert ontwikkelingen van het vangnet en, in zoverre daar aanleiding toe is, rapporteert zij haar bevindingen hierover aan de minister. Daarbij gaat het om eventuele invoeringsproblemen, ervaringen met toekomstige wetgeving dan wel de toepassing van bestaande wetgeving en onvoorziene ontwikkelingen van het vangnet, draagvlak van het vangnet bij gemeenten en de werking van het vangnet. Het vangnet stimuleert gemeenten om van elkaar te leren en de Toetsingscommissie signaleert in welke mate dat gebeurt.
Bij signalerende rol behoort ook de taak om te constateren in hoeverre sprake is van onevenwichtigheden in de werking van het systeem die kunnen leiden tot toename van het aantal gemeenten dat een beroep doet op de vangnetuitkering.
Spelregels vangnet Participatiewet
De spelregels van het vangnet Participatiewet zijn allereerst vastgelegd in de Participatiewet, het Besluit Participatiewet en de regeling Participatiewet.
De criteria die de Toetsingscommissie hanteert bij de advisering over de vangnetuitkering zijn opgenomen in het beoordelingskader vangnet Participatiewet. De Toetsingscommissie publiceert deze jaarlijks op haar website.
Verantwoording
In haar jaarverslag doet de Toetsingscommissie verslag van haar werkzaamheden en de door haar uitgebrachte adviezen. De commissie bespreekt het jaarverslag met VNG, Divosa en SZW, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
De commissie publiceert haar jaarverslagen op haar website.
Overlegvormen
Vangnetoverleg
Het vangnetoverleg is het reguliere periodieke overleg over de ontwikkelingen en werking van het vangnet. Het vangnetoverleg bestaat uit de ambtelijke vertegenwoordigers van het ministerie van SZW, de VNG, Divosa, de Toetsingscommissie en de ROB.
Onderwerpen zijn vooral de voorbereiding van de beoordeling van een volgend vangnetjaar, waaronder het beoordelingskader, het aanvraagformulier. Daarnaast spreken de deelnemers over signalen en ervaringen van gemeenten en hoe zij hierop kunnen antwoorden en deze eventueel kunnen oplossen.
Bestuurlijk Overleg SZW-VNG (BO)
Indien een voorstel uit het vangnetoverleg een bestuurlijke dekking of besluitvorming nodig heeft, agenderen de deelnemers van het vangnetoverleg het voorstel in het bestuurlijk overleg tussen SZW en VNG.